Slapers
 
’s Nachts teken ik stiekem mijn dierbaren. Als een dief in de nacht kronkel ik om hen heen. Ik zoek lijnen en leg vast, wanneer ze in een diepe overgave zijn. Er gaat een bepaalde concentratie van ze uit. Een dermate grote ontspanning dat het een onwerkelijke staat van zijn lijkt. Alsof ze, als ik eenmaal in mijn bezigheden dezelfde soort ontspannen concentratie of geconcentreerde ontspanning bereikt heb, plotseling overeind kunnen schieten om me aan te vallen. Ze slapen, maar wat doen ze precies?